Voorzetselvoorwerp

Wat is een voorzetselvoorwerp?

Een voorzetselvoorwerp hoort bij een werkwoord dat altijd samengaat met hetzelfde voorzetsel, zoals "wachten op", "houden van" of "denken aan". Het voorzetsel en het voorwerp horen bij elkaar en vormen samen het voorzetselvoorwerp.

Wij wachten op de bus.

"wachten" gaat altijd samen met "op": je wacht niet "aan" of "voor" iets. "op de bus" is hier het voorzetselvoorwerp.

  • Het voorzetsel ligt vast bij het werkwoord: je kunt het niet zomaar veranderen.
  • Bekende voorbeelden: wachten op, houden van, denken aan, twijfelen over, genieten van, rekenen op.
  • Verwar dit niet met het meewerkend voorwerp: dat voorzetsel (aan/voor) kun je vaak weglaten, bij een voorzetselvoorwerp niet.

Oefeningen

Klik het voorzetselvoorwerp aan (het voorzetsel hoort erbij). Dit onderdeel hoort vooral bij klas 5-6 vo.

geselecteerd goed gekozen fout gekozen gemist

Andere onderdelen