Zinsdeelstukken

Wat zijn zinsdeelstukken?

Een zinsdeel kan zelf ook weer uit meerdere delen bestaan. Zo'n deel van een zinsdeel noemen we een zinsdeelstuk. De twee belangrijkste zinsdeelstukken zijn de bijvoeglijke bepaling en de bijwoordelijke bepaling bij een zinsdeel.

De erg grote hond rent snel.

"grote" is een bijvoeglijke bepaling bij "hond": het zegt iets over het zelfstandig naamwoord. "erg" is een bijwoordelijke bepaling bij een zinsdeel: het zegt iets over het bijvoeglijk naamwoord "grote", niet over de hele zin.

  • De bijvoeglijke bepaling staat meestal vlak vóór een zelfstandig naamwoord: "de grote hond", "een spannend boek".
  • De bijwoordelijke bepaling bij een zinsdeel versterkt of verzwakt vaak een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord: "heel", "erg", "zeer", "best".
  • Let op het verschil met de gewone bijwoordelijke bepaling: die zegt iets over de hele zin (wanneer, waar, hoe, waarom). Een bijwoordelijke bepaling bij een zinsdeel zegt alleen iets over dát ene zinsdeelstuk.

Oefeningen

Klik de gevraagde zinsdeelstukken aan. Dit onderdeel start vanaf klas 3-4 vo.

geselecteerd goed gekozen fout gekozen gemist

Andere onderdelen